Beslagvrije voet
Aangepast aan gegevens beslagvrije voet 1-7-2019
De beslagvrije voet is een belangrijke variabele voor deurwaarders. Deze mogen namelijk op een bepaald deel van o.a. het inkomen, pensioen, alimentatie en/of andere uitkering geen beslag leggen. Dit deel wordt de ‘beslagvrije voet’ genoemd.

Doelstelling van de wetgever hierbij is waarborgen dat huishoudens geld overhouden om van te leven. De beslagvrije voet is vrij van inhouding, waardoor een schuldenaar toch in zijn eerste levensbehoeften kan voorzien. Een beslagvrije voet is verbonden aan vorderingen tot periodieke betaling als genoemd in artikel 475c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (zie onderaan dit artikel).

De beslagvrije voet geldt enkel wanneer de schuldenaar in Nederland woont. Uitzondering hierop is dat wanneer een in het buitenland woonachtige schuldenaar via de kantonrechter meldt over onvoldoende vermogen om van te leven te beschikken, deze een beslagvrije voet voor de schuldenaar kan instellen. Bewijslast hieromtrent ligt echter bij de schuldenaar.

Een deurwaarder die gerechtigd is tegen een schuldenaar beslag te leggen, mag aan iedereen van wie hij vermoedt dat deze de schuldenaar betalingen verricht, of betalingen schuldig is, vragen naar het hoe-en-wat hieromtrent. Iedereen is hierbij verplicht schriftelijk te antwoorden over de termijn en de omvang van de betalingen.

Basisbedrag beslagvrije voet
Het basisbedrag wordt o.a. vastgesteld op basis van de gezinssituatie en leeftijd van de schuldenaar. Alleenstaanden kennen bijvoorbeeld veelal een lagere beslagvrije voet dan gezinnen. Ook de hoogte van het inkomen van de partner van de schuldenaar kan van invloed zijn op de beslagvrije voet. De berekening geschiedt volgens artikel 475d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en normpercentages als vastgesteld door het Ministerie van Justitie (zie zowel artikel 475d als de normpercentages onderaan dit artikel).

Verhogingen beslagvrije voet
De beslagvrije voet wordt verhoogd met premie ziektekostenverzekering en woonkosten.

Premie ziektekostenverzekering
De premie van een door de schuldenaar gesloten ziektekostenverzekering, verminderd met de normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover reeds begrepen in de bijstandsnorm zoals die voor de schuldenaar geldt ingevolge het eerste, tweede en vierde lid, en met de krachtens die wet ontvangen zorgtoeslag, telkens wanneer deze premie vervalt terwijl het beslag ligt.

Woonkosten
De voor rekening van de schuldenaar komende woonkosten verminderd met ontvangen huurtoeslag of woonkostentoeslag, voor zover de woonkosten, na deze vermindering, meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 17, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag, met dien verstande dat de verhoging van de beslagvrije voet niet meer bedraagt dan het huurtoeslagbedrag waarop de schuldenaar, uitgaande van de laagste inkomenscategorie, krachtens artikel 21 van de Wet op de huurtoeslag ten hoogste aanspraak heeft.

Verlagingen beslagvrije voet
De beslagvrije voet wordt verlaagd met ander inkomen en kosten voor verzorging/verpleging bij verblijf in o.a. een inrichting. Ook kan de beslagvrije voet verlaagd worden wanneer de schuldenaar niet meewerkt door geen informatie te verstrekken

Ander inkomen
De beslagvrije voet wordt verminderd met de voor beslag vatbare periodieke inkomsten van de schuldenaar waarop geen beslag ligt, alsmede met het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud en de toeslag voor een partner of eenoudergezin, begrepen in aan de schuldenaar toegekende studiefinanciering of tegemoetkoming in de studiekosten die niet vatbaar is voor beslag.

Inrichting
Indien de schuldenaar ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen bedraagt de beslagvrije voet de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging. De beslagvrije voet wordt verhoogd met twee derden van de bijstandsnorm genoemd in artikel 23 van de Wet werk en bijstand.

Niet meewerken
Een schuldenaar is verplicht aan een deurwaarder die gerechtigd is tegen hem beslag te leggen, desgevraagd zijn bronnen van inkomsten op te geven. Een deurwaarder die beslag heeft gelegd, is verplicht hem op te geven hoeveel zijn beslagvrije voet bedraagt, berekend volgens artikel 475d, eerste lid. Zo lang als de schuldenaar desgevraagd niet aan de beslaglegger of diens vertegenwoordiger opgeeft of en hoeveel inkomen toekomt aan degene aan wie samen met hem gezinsbijstand zou kunnen toekomen, wordt de beslagvrije voet gehalveerd.

Wijziging van omstandigheden
Daar de beslagvrije voet per persoon verschilt, en de situatie omtrent de persoon veelal aan veranderingen onderhevig is, kan ook de beslagvrije voet naar gelang de situatie wijzigen. Dit vindt bijvoorbeeld plaats wanneer eerdergenoemde variabelen als bijvoorbeeld het inkomen en leeftijd wijzigen. Zodra de basisvariabelen voor het vaststellen van de beslagvrije voet wijzigen, dienen deze direct verwerkt te worden in het vaststellen van een nieuwe beslagvrije voet.

Met wijziging van omstandigheden die de beslagvrije voet verhogen, moet de beslaglegger onverwijld rekening houden. Hij is verplicht aan degene die de periodieke betaling moet verrichten, met het tijdstip van ingang, kennis van de verhoging te geven onmiddellijk nadat de reden daarvoor is aangetoond aan hem, zijn advocaat, zijn gemachtigde of de deurwaarder.

Normpercentages (per 1-7-2019)

normen tot 21 jaar

  • beide partners jonger dan 21 jaar 457,90 per maand
  • een partner jonger dan 21 jaar 891,37 per maand
  • beide partners jonger dan 21 jaar met kind 722,87 per maand
  • een partner jonger dan 21 jaar met kind 1.156,34 per maand
  • alleenstaande of alleenstaande ouder 228,95 per maand

normen 21 jaar tot pensioengerechtigde leeftijd

  • Echtpaar 1.324,83 euro per maand
  • Alleenstaande of alleenstaande ouder 927,38 per maand

normen pensioengerechtigde leeftijd

  • Echtpaar (een of beide pensioengerechtigde leeftijd 1.414,35 per maand
  • Alleenstaande of alleenstaande ouder 1.038,63 per maand

Artikelen

Artikel 475c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Een beslagvrije voet is verbonden aan vorderingen tot periodieke betaling van:

a. loon,
b. inkomstenbelasting begrepen in een voorlopige teruggaaf als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
c. uitkeringen op grond van sociale zekerheidswetten, uitgezonderd kinderbijslag onder welke benaming ook,
d. pensioen en lijfrente, waaronder mede worden verstaan uitkeringen ten laste van een lijfrentespaarrekening of ten laste van de waarde van een lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a, vierde en zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001,
e. uitkeringen uit levens-, invaliditeits-, ongevallen- of ziekengeldverzekering,
f. uitkeringen tot levensonderhoud, verschuldigd krachtens boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of tot vergoeding van schade door het derven van levensonderhoud,
g. uitkeringen of buitengewone pensioenen op grond van een wettelijke regeling voor oorlogsgetroffenen of voor degenen die hun vervangende dienstplicht vervullen,
i. bezoldiging als bedoeld in artikel 115 van de Ambtenarenwet met uitzondering van die bedragen waarop de ambtenaar of gewezen ambtenaar niet periodiek aanspraak heeft.

Artikel 475d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

1. De beslagvrije voet bedraagt voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:
a. echtgenoten of geregistreerde partners als bedoeld in artikel 3 van Wet werk en bijstand die beiden 21 jaar of ouder zijn: negentig procent van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel c, respectievelijk artikel 22, onderdeel c en d, van die wet;
b. een alleenstaande en een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand die 21 jaar of ouder zijn, maar nog niet de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt:
1°. indien het periodieke inkomen bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van dat inkomen inclusief de vakantie-aanspraak, doch ten minste 90 procent van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand en ten hoogste 90 procent van die norm nadat deze eerst is verhoogd met het bedrag genoemd in artikel 25, tweede lid, van die wet;
2°. indien het periodieke inkomen niet bij de beslaglegger bekend is: 90 procent van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel a en b, van de Wet werk en bijstand;
c. een alleenstaande en een alleenstaande ouder vanaf het moment dat zij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, hebben bereikt: negentig procent van de norm genoemd in artikel 22, onderdeel a en b, van die wet.
2. De beslagvrije voet bedraagt voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:
a. echtgenoten of geregistreerde partners zonder ten laste komende kinderen die beiden jonger zijn dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand;
b. echtgenoten of geregistreerde partners zonder ten laste komende kinderen waarvan een van hen jonger is dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand;
c. een alleenstaande jonger dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
d. een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand;
e. echtgenoten of geregistreerde partners die beiden jonger zijn dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand;
f. echtgenoten of geregistreerde partners waarvan een van hen jonger is dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen: 90 procent van de norm genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand.
3. Voor zover het echtgenoten of geregistreerde partners betreft, wordt de beslagvrije voet voor ten hoogste de helft verminderd met het eigen, niet onder beslag liggende periodieke inkomen inclusief vakantie-aanspraak van degene aan wie de bijstand samen met de schuldenaar zou kunnen toekomen.
4. Indien de schuldenaar ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen bedraagt de beslagvrije voet de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging. De beslagvrije voet wordt verhoogd met twee derden van de bijstandsnorm genoemd in artikel 23 van de Wet werk en bijstand.
5. De beslagvrije voet wordt verhoogd met:
a. de premie van een door de schuldenaar gesloten ziektekostenverzekering, verminderd met de normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover reeds begrepen in de bijstandsnorm zoals die voor de schuldenaar geldt ingevolge het eerste, tweede en vierde lid, en met de krachtens die wet ontvangen zorgtoeslag, telkens wanneer deze premie vervalt terwijl het beslag ligt;
b. de voor rekening van de schuldenaar komende woonkosten verminderd met ontvangen huurtoeslag of woonkostentoeslag, voor zover de woonkosten, na deze vermindering, meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 17, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag, met dien verstande dat de verhoging van de beslagvrije voet niet meer bedraagt dan het huurtoeslagbedrag waarop de schuldenaar, uitgaande van de laagste inkomenscategorie, krachtens artikel 21 van de Wet op de huurtoeslag ten hoogste aanspraak heeft.
6. De beslagvrije voet wordt verminderd met de voor beslag vatbare periodieke inkomsten van de schuldenaar waarop geen beslag ligt, alsmede met het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud en de toeslag voor een partner of eenoudergezin, begrepen in aan de schuldenaar toegekende studiefinanciering of tegemoetkoming in de studiekosten die niet vatbaar is voor beslag.
7. Met wijziging van omstandigheden die de beslagvrije voet verhogen, moet de beslaglegger onverwijld rekening houden. Hij is verplicht aan degene die de periodieke betaling moet verrichten, met het tijdstip van ingang, kennis van de verhoging te geven onmiddellijk nadat de reden daarvoor is aangetoond aan hem, zijn advocaat, zijn gemachtigde of de deurwaarder.
8. Tenzij alle betalingen wekelijks geschieden, worden zij, evenals inkomsten van degene aan wie samen met de schuldenaar gezinsbijstand zou kunnen toekomen, voor de toepassing van dit artikel berekend per maand.

Artikel 475g Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

1. Een schuldenaar is verplicht aan een deurwaarder die gerechtigd is tegen hem beslag te leggen, desgevraagd zijn bronnen van inkomsten op te geven. Een deurwaarder die beslag heeft gelegd, is verplicht hem op te geven hoeveel zijn beslagvrije voet bedraagt, berekend volgens artikel 475d, eerste lid.
2. Zo lang als de schuldenaar desgevraagd niet aan de beslaglegger of diens vertegenwoordiger opgeeft of en hoeveel inkomen toekomt aan degene aan wie samen met hem gezinsbijstand zou kunnen toekomen, wordt de beslagvrije voet gehalveerd.
3. Een deurwaarder die gerechtigd is tegen een schuldenaar beslag te leggen, is bevoegd aan degene van wie hij vermoedt dat deze aan de schuldenaar periodieke betalingen verricht of schuldig is, te vragen of dat zo is. Ieder is verplicht hierop desgevraagd schriftelijk te antwoorden. Daarbij moeten de termijn van de betalingen en hun omvang na aftrek van de in artikel 475a genoemde inhoudingen worden opgegeven alsmede eventuele gelegde beslagen. De Staat en degenen die periodieke betalingen doen aan personen wier naam zij niet rechtstreeks uit hun administratie kunnen lichten, behoeven de vraag slechts te beantwoorden ten aanzien van in de vraag omschreven betalingen of aangeduide collectieve verzekeringen.
4. Een deurwaarder die gerechtigd is tegen een schuldenaar beslag te leggen, is bevoegd ten behoeve van het leggen van dit beslag aan een door Onze Minister van Justitie aangewezen bestuursorgaan, dat belast is met de verwerking van gegevens met betrekking tot periodieke betalingen, mededeling te vragen van de naam, het adres, de vestigingsplaats en de overige gegevens die door dit bestuursorgaan in de administratie worden verwerkt, voor zover die vereist zijn voor het vaststellen van de identiteit van degene die de periodieke betaling aan de schuldenaar verricht. Het bestuursorgaan is verplicht hierop desgevraagd schriftelijk te antwoorden.
5. Met het oog op het inwinnen van de in het derde en vierde lid bedoelde gegevens is de deurwaarder bevoegd bij de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens het burgerservicenummer van de schuldenaar op te vragen. Met behulp van dit nummer kunnen gegevens worden opgevraagd bij personen of instanties, bedoeld in het derde en vierde lid, die zelf reeds gerechtigd zijn tot het gebruik van het nummer.
6. De deurwaarder gebruikt het burgerservicenummer uitsluitend voor het opvragen van de in het derde en vierde lid bedoelde gegevens bij de in het derde en vierde lid bedoelde personen of instanties, die zelf reeds gerechtigd zijn tot het gebruik van het nummer.