Stuiting buiten rechte
Aan iedere vordering kleeft een verjaringstermijn. Na verloop van de verjaringstermijn kan de gerechtigde zijn recht niet meer afdwingen. Een verjaring wordt tegengegaan door stuiting. Door stuiting start in beginsel een nieuwe verjaringstermijn voor de vordering.

Artikel 3:317 BW regelt de stuiting buiten rechte.

1 – De verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt.

2 – De verjaring van andere rechtsvorderingen wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning, indien deze binnen zes maanden wordt gevolgd door een stuitingshandeling als in het vorige artikel omschreven.

Uit dit artikel volgt dat stuiting buiten rechte geschiedt door ofwel een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling. Belangrijk hierbij is dat de gerechtigde hierbij meldt dat deze ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Dit geschiedt bijvoorbeeld door vermelding van de zin: ‘Hierbij deel ik u mee dat ik ondubbelzinnig, naast eventuele overige rechten als bijvoorbeeld, doch niet gelimiteerd, rente en incassokosten, mijn recht op nakoming van de openstaande vordering ter grootte van met nummer voorbehoud. U dient deze melding te beschouwen als stuiting van de verjaring als bedoeld in artikel 3:317 BW.’.