Stuiting in rechte
Aan iedere vordering kleeft een verjaringstermijn. Na verloop van de verjaringstermijn kan de gerechtigde zijn recht niet meer afdwingen. Een verjaring wordt tegengegaan door stuiting. Door stuiting start in beginsel een nieuwe verjaringstermijn voor de vordering.

Artikel 3:316 BW regelt de stuiting in rechte.

1 – De verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen van een eis, alsmede door iedere andere daad van rechtsvervolging van de zijde van de gerechtigde, die in de vereiste vorm geschiedt.

2 – Leidt een ingestelde eis niet tot toewijzing, dan is de verjaring slechts gestuit, indien binnen zes maanden, nadat het geding door het in kracht van gewijsde gaan van een uitspraak of op andere wijze is geëindigd, een nieuwe eis wordt ingesteld en deze alsnog tot toewijzing leidt. Wordt een daad van rechtsvervolging ingetrokken, dan stuit zij de verjaring niet.

3 – De verjaring van een rechtsvordering wordt ook gestuit door een handeling, strekkende tot verkrijging van een bindend advies, mits van die handeling met bekwame spoed mededeling wordt gedaan aan de wederpartij en zij tot verkrijging van een bindend advies leidt. Is dit laatste niet het geval, dan is het vorige lid van overeenkomstige toepassing.

Uit dit artikel volgt dat stuiting in rechte geschiedt door ofwel ‘het instellen van een eis’, ofwel ‘een andere daad van rechtsvervolging’. Het instellen van een eis geschiedt bijvoorbeeld door het uitbrengen van een dagvaarding.