Verjaring vordering
Aan iedere vordering kleeft een verjaringstermijn. Dit houdt in dat na verloop van de verjaringstermijn betaling niet meer afgedwongen kan worden. De vordering is in een dergelijk geval in rechte niet meer afdwingbaar. De verjaringstermijn is afhankelijk van het soort vordering.

De algemene regel is dat rechtsvorderingen een verjaringstermijn van 20 jaar hebben.

Artikel 3:306 BW: ‘Indien de wet niet anders bepaalt, verjaart een rechtsvordering door verloop van twintig jaren’. Hierop zijn echter uitzonderingen van toepassing.

Zo omvat de verjaringstermijn bij contractuele vorderingen 5 jaar. Artikel 3:307 lid 1 BW : ‘Een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst tot een geven of een doen verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden’. Een contractuele vordering is een vordering die voortvloeit uit een overeenkomst. Een voorbeeld hierbij is een huurcontract waarbij maandelijks huur betaald dient te worden.

De verjaringstermijn bij consumentenkoop omvat 2 jaar. Artikel 7:28 BW: ‘Bij een consumentenkoop verjaart de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs door verloop van twee jaren’. Wanneer een bedrijf verkoopt aan een particulier, heeft het 2 jaar de tijd betaling af te dwingen. Laat het in deze 2 jaar niet van zich horen, dan is de vordering in rechte niet meer afdwingbaar.

Wanneer een schuldeiser een vordering heeft, is het dus belangrijk de bijbehorende verjaringstermijn in de gaten te houden. Voor het aflopen van de verjaringstermijn moet telkens een aanmaning verstuurd worden. Op deze manier vindt stuiting plaatst. Stuiting is het stoppen van een lopende verjaringstermijn. Artikel 3:316 lid 1 BW (stuiting in rechte): ‘De verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen van een eis, alsmede door iedere andere daad van rechtsvervolging van de zijde van de gerechtigde, die in de vereiste vorm geschiedt.’. Artikel 3:317 lid 1 BW (stuiting in rechte): ‘De verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt.’.

Na stuiting begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen. Deze kent eenzelfde lengte als de oorspronkelijke verjaringstermijn.