Verrekening
Het komt voor dat schuldeiser en schuldenaar over en weer verbintenissen hebben. Wanneer één der partijen zijn verbintenis(sen) niet nakomt, staat de schuldeiser voor een dilemma. Wanneer deze voldoet aan zijn verplichtingen, impliceert dit immers niet dat de schuldenaar zijn gedrag verbetert. Dit levert een risico op. In een dergelijk geval biedt kiezen voor verrekening uitkomst.

Simpel gezegd houdt verrekening in dat twee gelijksoortige prestaties tussen dezelfde partijen (schuldenaar heeft een prestatie te vorderen die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij) met elkaar kunnen worden verrekend. Een voorbeeld hierbij zijn twee geldschulden.

Het oproepen van een verrekening geschiedt via een verrekeningsverklaring. Wanneer een schuldenaar die de bevoegdheid tot verrekening heeft, aan zijn schuldeiser verklaart dat hij zijn schuld met een vordering verrekent, gaan beide verbintenissen tot hun gemeenschappelijk beloop teniet.

Een verrekeningsverklaring kan zowel mondeling als schriftelijk geschieden. Met het oog op het aanmaken van een dossier is het aan te bevelen een verrekeningsverklaring schriftelijk vast te leggen.

Een verrekening werkt terug tot het tijdstip, waarop de bevoegdheid tot verrekening is ontstaan. Uitzondering vormt een situatie waarbij over één der vorderingen of over beide vorderingen reeds opeisbare rente is betaald. In een dergelijk geval werkt de verrekening niet verder terug dan tot het einde van de laatste termijn waarover rente is voldaan.

De regels omtrent verrekening zijn te vinden in artikel 127 tot en met 141 van het Burgerlijk Wetboek – Boek 6.